Spelling in de spotlights

We leven in een geletterde maatschappij waarin we veel communiceren via geschreven teksten. Op school verloopt een groot deel van de kennisoverdracht via teksten. Daarom is het belangrijk dat iedereen teksten kan lezen én produceren. In het Nederlands is het spellen veel moeilijker dan het lezen. Desondanks gaat van alle wetenschappelijke artikelen over lezen en/of spellen in de afgelopen vijf jaar maar 4% over spellen. Hoe het leren van de spelling verloopt en welke ondersteuning leerlingen met spellingproblemen nodig hebben is slechts bij een minderheid van scholen bekend.

 

Door Michiel Röling

Het belang van foutloos schrijven is groot,’ weet Madelon van den Boer, als onderzoeker en docent verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, ‘al was het maar omdat een tekst met spelfouten erin moeilijker te lezen is dan een foutloze tekst.’

‘Lezers zijn kritisch en schatten de kwaliteit en betrouwbaarheid van een tekst met veel fouten lager in’, vult Elise de Bree aan, als hoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht. ‘Dit geldt voor teksten in kranten, tijdschriften en schoolboeken, maar zelfs voor teksten op sociale media. Onderzoek naar populariteit op Twitter toonde een verband tussen het aantal spellingfouten en het aantal volgers. Recent stond zelfs in de NRC dat slechte spellers minder aantrekkelijk worden gevonden op Tinder.’

Beperkte kennis

Niet alleen lezers hebben last van spelfouten. Voor schrijvers leidt het af om tijdens het schrijven veel met de schrijfwijze van woorden bezig te zijn. Dit neemt veel aandacht weg van de inhoud. Bovendien leidt een zwakke spellingvaardigheid tot selectief woordgebruik: schrijvers kiezen vooral de woorden waarvan ze weten hoe ze die moeten schrijven.

Goed spellen is moeilijk. Niet alleen het toepassen van de regels, ook het goed aanleren ervan is lastig. Uit cijfers van de Onderwijsinspectie blijkt dat veel scholen daar moeite mee hebben. Een op de vijf (20%) Nederlandse basisscholen geeft onvoldoende spellinginstructie. Hun leerlingen krijgen onvoldoende uitleg over de regels om ze foutloos toe te kunnen passen. Leerlingen die kampen met spellingproblemen hebben het zwaar: bijna twee van de drie (64%) basisscholen geeft onvoldoende ondersteuning aan deze leerlingen.

‘Onze kennis over spelling is veel beperkter dan onze kennis over lezen’, zegt Van den Boer. ‘Van de wetenschappelijke artikelen over lezen en/of spelling in de afgelopen 5 jaar gaat 94% over lezen en maar 4% over spelling (2% behandelt beide onderwerpen, Red). Terwijl in het Nederlands de spelling veel moeilijker is dan het lezen!’

Spelling is een complexe vaardigheid

De Bree en Van den Boer doen onderzoek naar de ontwikkeling van lees- en spellingvaardigheden en het aanpakken van lees- en spellingproblemen in het (basis)onderwijs. Spellen is een complexe taak waarbij veel processen samenkomen. Ze leggen uit: ‘Om te kunnen spellen moet een kind weten welke letter bij welke klank hoort (letterkennis) en moet hij of zij de afzonderlijke klanken in een woord kunnen onderscheiden. Dit noemen we fonologisch bewustzijn.

Een onderzoek naar de spelling van klankzuivere woorden en regelwoorden bij kinderen in de groepen 3 en 4 laat zien dat het fonologisch bewustzijn maar een klein deel van de verschillen tussen kinderen verklaart. Leesvaardigheid speelt bij deze kinderen aanzienlijk mee in de spellingvaardigheid. Zeker als het gaat om regelwoorden. Bij kinderen in groep 6 is de leesvaardigheid ook een goede voorspeller voor de spellingvaardigheid. Maar hier geldt dat daarnaast het fonologisch bewustzijn een aanzienlijke bijdrage levert.

‘Leesvaardigheid hangt positief samen met spelling. De gedachte hierachter is dat als je veel leest je veel in aanraking komt met correcte woordvormen en zo veel woordkennis opbouwt’, licht Van den Boer toe. ‘Er zijn zelfs stromingen die spellingvaardigheid zien als een bijproduct van leesvaardigheid, maar daar kunnen wij ons niet in vinden’, geeft De Bree aan. ‘In ons onderzoek staat spelling juist centraal en proberen we te achterhalen welke kenmerken, niet alleen van het kind, maar ook van de taal en de instructie, samen bijdragen aan spellingvaardigheid.’

Aandacht voor problemen

Zeker als het aanleren van de juiste spelling lastig gaat, is het nodig de aandacht te verleggen. Van den Boer en De Bree zijn van mening dat de spellingprestaties te verbeteren zijn door rekening te houden met woordkenmerken en instructiekenmerken, maar ook zeker met kindkenmerken.

Tijdens het aanleren van de regels worden woorden ingedeeld in categorieën. Dit werkt best goed, maar in de praktijk spelen meer factoren een rol, zoals de frequentie waarin woorden worden gebruikt in geschreven taal, het moment waarop woorden worden aangeleerd en de uniciteit van de woorden in schrijfwijze. Wat volgens Van den Boer bijdraagt aan het goed spellen van woorden is de woordkennis: ‘Als een leerling het woord kent in uitspraak, betekenis en geschreven vorm is de kans dat hij of zij het woord goed schrijft groot. Daarom is het van belang om hier veel aandacht aan te besteden.’

Daarnaast spelen instructiekenmerken een grote rol. De Bree: ‘Spelling is een aangeleerde vaardigheid. Zonder de juiste instructie is het heel onwaarschijnlijk dat kinderen het zich eigen maken. Leerkrachten geven in de klas instructie en volgen daarbij de spellingmethode die de school inzet, maar vullen die aan met hun eigen visie. De relatie daartussen is nog weinig onderzocht.

Terwijl je juist door leerkrachtkenmerken en methodekenmerken te relateren aan spellingvaardigheid inzichtelijk kunt maken wat belangrijke technieken zijn om de spelling te verbeteren.’

Inoefenen is heel belangrijk

Het toepassen van de regels buiten de spellingles blijkt niet vanzelfsprekend. De Bree merkte dat leerlingen die in de spellingmethode goed scoren dit lang niet altijd doen bij het schrijven in vrije situaties of teksten voor andere schoolvakken. ‘Leerlingen vallen bij schrijfopdrachten vaak terug op het woordbeeld zonder bewust met de aangeboden spellingregels aan de gang te gaan’, is haar ervaring. ‘Opvallend is dat er in methodes nauwelijks aandacht is voor deze transfer én dat leerkrachten er minder aandacht aan besteden.’

Het belang van expliciete instructie en extra oefenen is erg groot bij het verbeteren van de spellingvaardigheid. Van den Boer: ‘Hoe meer een kind kan oefenen en bezig is met de aangeboden regels hoe groter de kans dat hij of zij foutloos leert spellen. Zeker voor leerlingen met spellingproblemen is de hoeveelheid opdrachten uit de lesmethode te minimaal. Zij kunnen een moeilijk woord niet na twee keer schrijven al reproduceren. Zeker in de middenbouw is het belangrijk dat ze de categorie goed inoefenen.’